Gezond eten via een proefproces?

De gemeente Amsterdam heeft een opvallend plan aangekondigd. Om de mogelijkheden te onderzoeken om fastfoodzaken op gezondheidsargumenten te weren, wil de gemeente zelf een fastfoodrestaurant oprichten, daarvoor een exploitatievergunning aanvragen en die exploitatievergunning vervolgens weigeren. Het uiteindelijke doel is om de weigering aan de rechter voor te leggen en zo jurisprudentie uit te lokken. Dat is een opmerkelijke ontwikkeling. Niet alleen vanwege het onderwerp, maar vooral vanwege de gekozen juridische route.

Geen instrumenten

Volgens wethouder Gezondheid Alexander Scholtes heeft de gemeente geen instrumenten in de wetgeving om te sturen op het aanbod van gezond voedsel. Via een rechterlijke uitspraak hoopt de gemeente alsnog meer sturingsmogelijkheden te creëren. Daarmee lijkt de gemeente echter de rollen van wetgever en rechter met elkaar te vermengen.

Rechtsstatelijkheid

De vraag is namelijk of de bestuursrechter zich voor een dergelijke constructie moet willen lenen. De taak van de rechter is in de eerste plaats om concrete geschillen te beslechten en bestuursbesluiten te toetsen aan het geldende recht. Het creëren van nieuwe bevoegdheden of weigeringsgronden is in beginsel een taak van de wetgever. Wanneer een bestuursorgaan bewust een procedure organiseert om de grenzen van zijn eigen bevoegdheden op te rekken, rijst de vraag of de rechtszaal daarvoor het juiste forum is.

Bovendien schuurt de gekozen aanpak met fundamentele rechtsstatelijke uitgangspunten. Als de gemeente van mening is dat fastfoodzaken vanwege gezondheidsrisico's verder moeten kunnen worden beperkt, ligt het meer voor de hand dat daarvoor een democratisch gelegitimeerde wettelijke grondslag wordt gecreëerd. Het is niet aan de rechter om beleidswensen om te zetten in nieuwe bevoegdheden die de wetgever niet heeft toegekend.

De gemeente Amsterdam is kennelijk bereid vergaande juridische experimenten aan te gaan om meer grip te krijgen op het horeca-aanbod. Voor horecaondernemers is deze ontwikkeling daarom relevant om nauwlettend te volgen.

Proefproces

De principiële vraag is uiteindelijk niet of gezond eten moet worden gestimuleerd. Daarover zal weinig discussie bestaan. De echte vraag is of een gemeente, bij gebrek aan een wettelijke basis, via een geënsceneerd proefproces alsnog bevoegdheden kan creëren die de wetgever haar niet heeft gegeven.

Het valt te bezien of de rechter daarin mee zal willen gaan.

Vorige
Vorige

Een gemeentelijke toezichthouder komt de zaak binnen: wat zijn mijn rechten en plichten? 

Volgende
Volgende

Horecaondernemers opgelet: nieuwe wetgeving over gelijke beloning