Niet beantwoorden van Wet Bibob-vragen groot risico
Als een ondernemer een horecavergunning aanvraagt, kan de burgemeester een onderzoek instellen. Onder meer naar de vraag of iemand een strafblad heeft of waar bijvoorbeeld het geld voor financiering van een nieuwe zaak vandaan komt. Aan het niet (kunnen) beantwoorden van deze Wet Bibob-vragen, zitten risico’s.
Bij het aanvragen van een Alcoholwet- en/of horecaexploitatievergunning wordt door de burgemeester onderzoek verricht naar het levensgedrag van de bedrijfsleiders (leidinggevenden), waaronder ook de eigenaren van de onderneming. Er vindt en check plaats op antecedenten. Deze check is ingrijpend omdat beoordeeld wordt of de betreffende persoon 'niet in enig opzicht' van slecht levensgedrag is.
Criteria
'Niet in enig opzicht' legt de lat behoorlijk hoog. Hoe hoog is veelal vastgelegd in gemeentelijk beleid. Hierin zijn criteria opgenomen waaraan het levensgedrag en de wijze van bedrijfsvoering (in het verleden) worden getoetst. Die criteria starten veelal bij bestuurlijke (verkeers-) boetes en lopen door tot de meest ernstige misdrijven.
En, let wel: er hoeft geen sprake te zijn van een definitieve veroordeling; een geaccepteerde schikking, of zelfs een sepot kan -onder omstandigheden- voor de burgemeester aanleiding zijn om te oordelen dat er sprake is van een persoon die in enig opzicht van slecht levensgedrag is.
Om die reden kan de vergunning dan geweigerd worden. Overigens staan hiertegen dan wel de nodige bestuursrechtelijke procedures open als de betreffende persoon het met dat oordeel niet eens is. Van een snelle opening van de gewenste horecaonderneming is dan echter veelal geen sprake.
Wet Bibob
Maar als de ondernemers de toetsing op levensgedrag hebben doorstaan, vindt er in veel gevallen ook nog een Wet Bibob-toets plaats. Deze ziet gedeeltelijk (weer) toe op de antecedenten, maar ook op de financiering van de onderneming.
Vanwege de Wet Bibob wordt dan de beoordeling gemaakt of de in de onderneming geïnvesteerde gelden mogelijk op oneigenlijke wijze zijn verkregen en/of mogelijk gebruikt gaan worden om fraude te plegen.
Bij de vergunningsaanvraag wordt daarom een groot aantal financiële gegevens gevraagd. Die gegevens worden niet alleen gevraagd van de ondernemers zelf, maar ook van de geldverstrekkers. Ook van die personen en/of bedrijven wil de burgemeester weten of zij hun vermogen legaal hebben verkregen. Op deze personen en bedrijven vindt ook een antecedententoets plaats.
Hoe ver strekt de verplichting tot het geven van die informatie? En wat als die informatie door de ondernemer niet kan worden verkregen van de geldverstrekker? Bijvoorbeeld omdat deze zijn vermogen heeft vergaard in het buitenland waardoor de bewijsvoering lastig kan zijn. En het belangrijkste: wat kan het gevolg zijn als de gevraagde informatie niet verstrekt kan worden?
Nader onderzoek
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft daar op 10 juni 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:3346) weer eens een uitspraak over gedaan. In die kwestie was de ondernemer door de levensgedrag-beoordeling gekomen. Politie had beoordeeld dat gevraagde vergunning verleend konden worden omdat de bedrijfsleiders en ondernemers geen belemmerende antecedenten hebben.
Wel adviseerde politie aan de burgemeester (van Rotterdam) om nog nader onderzoek uit te voeren naar de geldstromen binnen de onderneming. Onder andere vanwege de hoogte van de koopsom van het bedrijf.
Vragen
De ondernemers waren het niet eens met dit nadere onderzoek omdat dat initieel niet nodig is. De Raad van State oordeelt dat het Wet Bibob-beleid van de gemeente (Rotterdam) een dergelijk aanvullend onderzoek wel mag uitvoeren als dat vanwege onder andere politie wordt geadviseerd.
De ondernemer was vervolgens van mening dat alle gevraagde financiële informatie al bij de aanvraag was aangeleverd. En dat de burgemeester op basis hiervan het onderzoek moest (kunnen) verrichten.
Volgens de burgemeester riep deze informatie over de financiering vragen op. Die vragen moesten door de ondernemer beantwoord worden. Het ging onder andere over financieringsbehoefte, de wijze van financiering en de bron en herkomst van het eigen en vreemd vermogen.
Hoewel de ondernemer in antwoord op de gestelde vragen steeds informatie aanleverde, was dit voor de burgemeester nog steeds onvoldoende. De informatie en antwoorden leverden volgens de burgemeester steeds (vijfmaal) weer nieuwe vragen op. Vragen die de ondernemer uiteindelijk niet meer kon beantwoorden.
Schuld
Dit leidde er toe dat de burgemeester de aanvraag buiten behandeling stelde. De ondernemer kon zijn horecazaak daarom niet openen en bleef met een fikse schuld achter. Vanwege die schuld heeft de ondernemer uiteindelijk hoger beroep ingesteld bij de Raad van State. Dit omdat hij van mening was dat de buiten behandeling stelling onrechtmatig was. Door de Raad van State wordt erkend dat dit (mogelijk schadeverhaal als de buiten behandeling stelling achteraf onrechtmatig blijkt te zijn) een procesbelang is. De Raad van State oordeelt echter ook dat de burgemeester de vragen over de financieringsbehoefte, de herkomst van vermogen etc. inderdaad mocht stellen en dat deze onvoldoende zijn beantwoord. Vanwege de onvolledige beantwoording mocht de burgemeester de aanvraag buiten behandeling stellen. De ondernemer blijft hierdoor met lege handen achter: geen horecazaak en een fikse schuld vanwege de investeringen (onder andere huur van het pand) die wel al waren gedaan.
Geldverstrekkers
Bij het aanvragen van een vergunning is het dus belangrijk dat bij aanvang alle financieel relevante gegevens worden aangeleverd bij de gemeente. Dat geldt ook de gegevens van de geldverstrekkers, waaronder ook familieleden.
Hou er rekening mee dat geldverstrekking door buitenlandse vermogensverstrekkers extra complicaties kunnen opleveren. Dat kan vanwege mogelijke problemen bij de bewijsvoering van de herkomst van die gelden. Dat geldt zeker als de gelden contant zijn verkregen en niet op een bank hebben gestaan. Dat is in het buitenland zeker niet ongebruikelijk. Maar dat wordt door gemeenten niet gemakkelijk geaccepteerd als een verklaring van de herkomst van gelden.
Vertraging
Het niet (snel) kunnen verstrekken van die informatie kan een fikse vertraging bij de vergunningsverlening opleveren. En zelfs tot buiten behandeling stellen van de aanvraag leiden. Vaak is de ondernemer dan al vele maanden verder. En zijn er al fikse schulden ontstaan vanwege bijvoorbeeld de huur van een pand etc.
Conclusie
Als een ondernemer met de grootste kans op succes (snel) een horecavergunning wil krijgen is het belangrijk om de financiële verantwoording goed op orde te hebben. Zo niet dan kan de gemeente vele vragen stellen en kan de behandeling van de aanvraag lang duren met buiten behandeling stelling als groot risico.