In ontslagzaken staan werkgevers doorgaans met 5-0 achter voor het eerste fluitsignaal klinkt. Maar dat is zeker niet altijd het geval, zo bewijst deze zaak.
De 'baas' moet bij ontslagzaken aan de bak. De bewijslast ligt immers bij de werkgever, de ontslagdrempel is hoog en een misstap in de procedure is zo gemaakt. Juist daarom is het ook wel eens leuk om een uitspraak te bespreken waarbij de rechter de rollen omdraait: niet de werkgever hoeft te bewijzen dat het ontslag terecht was, maar de werknemer moet aantonen dat hij echt ziek was. Rechtbank Oost-Brabant deed dat op 24 februari 2026 (ECLI:NL:RBOBR:2026:2342), en eerlijk gezegd: het feitencomplex vraagt er ook wel om.
Dronken
Wat was er aan de hand? De werknemer was in dienst bij een café. Op de avond van vrijdag 24 op zaterdag 25 oktober 2025 was hij aanwezig in datzelfde café - niet als medewerker, maar als gast. Dat op zichzelf is niet bijzonder. Wat wél opvalt: hij bleef er tot minstens 04.00 uur, dronk naar eigen zeggen 'mogelijk een glaasje te veel' en vertrok - aldus verklaringen van collega's - nog richting een ander feest om door te feesten. Hij wist dat hij dezelfde dag, zaterdag, gewoon moest werken.
Om 11.22 uur stuurde hij een WhatsApp-bericht aan zijn werkgever: hij meldde zich ziek. Zo'n 7,5 uur na het verlaten van het café. De werkgever nam genoegen met noch de timing, noch de verklaring, en ontsloeg hem op staande voet.
De redenering: wie na zo'n nacht niet op het werk verschijnt, is niet ziek maar weigert simpelweg te komen.
Op staande voet
Een ontslag op staande voet is het zwaarste arbeidsrechtelijke middel. Er moet sprake zijn van een zogeheten dringende reden: een gedraging of situatie waardoor van de werkgever in alle redelijkheid niet kan worden verlangd de arbeidsovereenkomst nog langer voort te zetten. De rechter toetst dat streng, kijkt naar alle omstandigheden én vereist dat het ontslag onverwijld wordt gegeven en de reden direct en duidelijk aan de werknemer wordt meegedeeld.
Uitzondering
Normaal gesproken rust de bewijslast in dit soort zaken bij de werkgever. Hij heeft ontslagen, dus hij moet aantonen dat de dringende reden er ook daadwerkelijk was. Dat is in de meeste gevallen een ondankbare opgave - zeker als de werknemer stelt ziek te zijn geweest en er (nog) geen bedrijfsarts bij betrokken was.
Maar de wet en rechtspraak kennen een ventiel. Bijzondere feitelijke omstandigheden kunnen aanleiding zijn om de bewijslast om te draaien en de werknemer te belasten met het bewijs van zijn eigen stelling.
De kantonrechter oordeelde dat die bijzondere omstandigheden hier aanwezig waren. Vast stond immers dat de werknemer tot minstens 04.00 uur in het café was, aanzienlijke hoeveelheden alcohol had gedronken, wist dat hij de volgende dag moest werken, en zich daarna ziek meldde via WhatsApp - zonder enige medische onderbouwing. De collega's verklaarden bovendien dat hij nog was gaan nafeesten en dat hij stomdronken was geweest. Onder die omstandigheden is het - zo oordeelde de rechter - begrijpelijk én gerechtvaardigd dat de werkgever de ziekmelding wantrouwde.
Bewijzen
De kantonrechter droeg de werknemer op te bewijzen dat hij op 25 oktober 2025 daadwerkelijk ziek was. Hij mocht zelf kiezen hoe: via bewijsstukken, getuigen of een ander bewijsmiddel. De zaak is een tussenbeschikking - een eindoordeel volgt nog - maar de bewijspositie van de werkgever is op dit moment bijzonder gunstig.
Dat is arbeidsrechtelijk gezien niet vanzelfsprekend. De bewijsopdracht aan de werknemer in een ontslagzaak is zeldzaam. Rechters zijn terughoudend met het omdraaien van de bewijslast, juist omdat ontslag op staande voet zo ingrijpend is voor de werknemer.
Maar goed, ook al staat een werkgever in ontslagzaken zelden met een comfortabele voorsprong aan de aftrap: soms draait het spel onverwacht. Dit is zo'n geval.
Tot slot
Heeft u vragen over een ziekmelding die u niet vertrouwt, of over de grenzen van ontslag op staande voet? Neem gerust contact op met een van onze arbeidsrechtspecialisten.