Amsterdam: ‘Horecabeleid 2025’ en gebiedsgerichte uitwerking in Stadsdeel Oost
Amsterdam heeft in 2025 een stadsbreed horecabeleid vastgesteld. De kern daarvan is dat ruimtelijke spelregels voor horeca – zoals de indeling in categorieën, openingstijden en terrassen – stapsgewijs worden vastgelegd in het ‘Omgevingsplan Amsterdam’ (voorheen: bestemmingsplan). Voor horecaondernemers betekent dit dat niet alleen de exploitatievergunning (APV) relevant blijft, maar dat ook het Omgevingsplan steeds nadrukkelijker bepaalt wat ruimtelijk is toegestaan op een locatie.
Stadsdeel Oost is het eerste stadsdeel dat start met de gebiedsgerichte uitwerking: het lokale uitvoeringsbeleid waarmee het stadsdeel op een beperkt aantal onderwerpen gebiedsgericht kan sturen. In 2026 wordt een concept-uitwerking verwacht, gevolgd door participatie en besluitvorming.
Van ‘type horeca’ naar ‘feitelijke activiteiten’: het concept wordt opnieuw beoordeeld
Het Horecabeleid 2025 introduceert een nieuwe ruimtelijke indeling (lichte, reguliere, middelzware en zware horeca) die niet primair aansluit bij de naam van uw concept (‘restaurant’, ‘café’, ‘snackbar’), maar bij de activiteiten die feitelijk plaatsvinden. Dat kan in de praktijk een verschuiving veroorzaken.
Voor ondernemers is er een behoorlijk aantal risico’s. Het voert te ver om deze hier alle te bespreken. Een voorbeeld is: een zaak die overdag vooral restaurant is, maar ’s avonds ook een barfunctie krijgt, meer muziek programmeert, of regelmatig besloten feesten organiseert. Onder het nieuwe stelsel kan dit (afhankelijk van de feitelijke exploitatie) leiden tot een zwaardere categorie, met andere randvoorwaarden en een andere planologische positie. Dit kan echter ook betekenen dat die zwaardere categorie volgens de gemeente niet past op de bewuste locatie.
Belangrijk: ook als uw locatie historisch planologisch passend is bevonden, kan bij de omzetting naar de nieuwe systematiek alsnog gekeken worden of specifieke activiteiten op die locatie ruimtelijk aanvaardbaar zijn.
Openingstijden: directe impact op omzet, personeel en contracten
Openingstijden worden in het nieuwe stelsel ruimtelijk gereguleerd via het Omgevingsplan en gekoppeld aan de zwaartecategorie. Daarmee ontstaat een systeem van maximale standaard openingstijden per categorie. Het exploitatierisico is tweeledig.
Ten eerste: als de huidige praktijk (vergund of gedoogd) ruimer is dan de nieuwe maxima, kan dat op termijn tot een eerdere sluiting leiden. Een structureel uur minder open kan voor veel bedrijven onevenredig hard doorwerken in omzet, personeelsinzet en marges.
Ten tweede: bij overname of wisseling van exploitant is het risico groter. Het beleid gaat ervan uit dat een nieuwe vergunninghouder “vanaf het begin” bekend is met de nieuwe ruimtelijke tijden en dat een overgangstermijn dan niet of beperkter geldt. In due diligence trajecten (koopprijs, garanties, ontbindende voorwaarden) hoort dit daarom een standaard aandachtspunt te zijn.
In de stukken wordt bovendien gesproken over overgangstermijnen wanneer openingstijden worden beperkt; in de praktijk is dit per locatie en per fase van omzetting bepalend. Het is daarom raadzaam om voor uw specifieke adres te toetsen welk regime geldt in het actuele Omgevingsplan en welk overgangsrecht is vastgesteld.
Terras: van ‘bijzaak’ naar vergunningkader met gebiedsgericht maatwerk
Terrassen zijn voor veel ondernemers essentieel voor de exploitatie. Het Horecabeleid 2025 beoogt een uniforme stedelijke regeling, waarbij de ruimtelijke toestemming voor terrassen via het Omgevingsplan en een omgevingsvergunning loopt.
Het risico zit niet alleen in nieuwe terrassen. Ook bestaande terrassen kunnen in een nieuw kader terechtkomen waarin – afhankelijk van locatie, ruimtelijke inpassing en effecten op woon‑ en leefklimaat – aanvullende voorschriften mogelijk zijn.
Daar komt bij dat stadsdelen in de gebiedsgerichte uitwerking specifieke keuzes mogen maken, waaronder:
nadere (kortere) terrassluitingstijden;
afwijkende eisen aan doorloopruimte;
gebiedskenmerken zoals het beperken of verbieden van gevelterrassen.
Voor Oost is dit geen theoretisch onderwerp. In de startnotitie worden locaties genoemd waar juist wordt gedacht aan strengere terrastijden (bijvoorbeeld vanwege akoestiek en woon‑ en leefklimaat), of waar gevelterrassen als onwenselijk worden gezien. Voor ondernemers betekent dit dat de waarde van een terras – in uren en in omvang – per straat of plein kan veranderen door gebiedsgerichte keuzes.
Additionele horeca en mengformules: meldplicht en snelle handhavingsgevoeligheid
Ondernemers met een mengformule (detailhandel met zitgelegenheid) of andere additionele horeca krijgen te maken met een strakker kader. Voor winkels wordt additionele horeca nadrukkelijk als ondergeschikt gezien, met beperkingen op onder meer alcohol, oppervlakte en een meldplicht. Het exploitatierisico zit hier vaak in de combinatie van drie factoren:
de onderneming ziet het ‘horecadeel’ als beperkt, maar de gemeente kwalificeert de feitelijke situatie als additionele horeca met specifieke voorwaarden;
er geldt een meldplicht met termijnen (ook voor bestaande situaties);
bij niet‑naleving is al snel sprake van strijdig gebruik, met handhavingsrisico.
In Oost wordt dit extra relevant omdat niet alle bestemmingsplannen tot nu toe expliciete regels voor additionele horeca bevatten. Waar die regels ontbreken, gaan de stedelijke regels na vaststelling van de Omgevingsplanregels direct gelden en moet de ondernemer binnen de gestelde termijn compliant zijn. Voor ondernemers in winkelstraten waar de grens tussen food‑detailhandel en additionele horeca vervaagt (zoals in de Javastraat) kan daarnaast een gebiedsgerichte keuze volgen om groei te maximeren. Dat kan effect hebben op uitbreidingsplannen en op de verhandelbaarheid van de exploitatie.
Maatwerkontheffing openingstijden: niet vanzelfsprekend en gebiedsafhankelijk
Nieuw is de maatwerkontheffing openingstijden: een instrument waarmee bepaalde categorieën (met name fastfood en zware horeca) onder voorwaarden structureel ruimer open kunnen zijn, met een looptijd. Voor ondernemers is dit een dubbel instrument. Enerzijds kan het kansen bieden voor locaties waar een latere sluiting ruimtelijk en vanuit openbare orde en veiligheid aanvaardbaar is. Anderzijds is het nadrukkelijk niet een ‘recht’. Stadsdelen mogen gebieden aanwijzen waar in principe geen maatwerkontheffing wordt verleend. Dat onderwerp is expliciet onderdeel van de gebiedsgerichte uitwerking. Het risico is dus dat een exploitatie die leunt op structureel late uren, kwetsbaar is zolang niet duidelijk is of de straat of het gebied wordt uitgesloten.
Handhaving: overtredingen in het Omgevingsplan kunnen doorwerken in de APV
Met het nieuwe stelsel verschuiven bepaalde overtredingen (zoals sluitingstijden en terrasregels) van de APV naar het Omgevingsplan. Tegelijk blijft de exploitatievergunning in de APV leidend voor openbare orde en veiligheid. Voor ondernemers is vooral relevant dat herhaaldelijke overtredingen van omgevingsplanregels niet alleen een ruimtelijk handhavingsdossier opleveren, maar ook kunnen worden meegewogen als ‘slechte bedrijfsvoering’. In dat geval kan dit uiteindelijk effect hebben op de exploitatievergunning (bijvoorbeeld wijziging, intrekking of niet‑verlenging). Daarnaast beschrijft het beleid dat toezicht risicogericht wordt ingericht, mede op basis van data zoals overlastmeldingen. Een dossieropbouw kan daardoor sneller gaan dan ondernemers gewend zijn.
Wat betekent dit concreet voor u in stadsdeel Oost: vroegtijdig sturen is het verschil
In Oost worden specifieke locaties genoemd die voor gebiedsgerichte uitwerking in beeld zijn (waaronder Dapperplein/Dapperstraat, Oostpoort, Sluisbuurt, Weesperzijde en Javastraat). De planning voorziet in een concept‑uitwerking in 2026 met participatie. Wie pas reageert wanneer het beleid ‘af’ is, is doorgaans te laat om nog wezenlijk invloed uit te oefenen. Voor ondernemers ligt de meeste ruimte aan de voorkant: als het stadsdeel keuzes maakt over terrastijden, gevelterrassen, doorloopruimte, ruimte voor nieuwe horeca of uitsluiting van maatwerkontheffingen. Een praktische benadering is om de exploitatie alvast langs de volgende drie vragen te leggen:
Past de feitelijke activiteitenmix in de categorie die ik nodig heb (nu en over drie jaar)?
Hoe kwetsbaar is de omzet voor een beperking in openingstijden of terras-uren?
Is het dossier op orde (terrastekening, situering, beheermaatregelen, additionele horeca‑melding, interne huisregels) voor het geval toezicht of een aanvraag volgt?
Raadscommissievergadering Algemene Zaken d.d. 12 februari 2026
Aanstaande donderdag zullen in de raadscommissievergadering Algemene Zaken de eerder door de gemeenteraad aangenomen moties op het nieuwe Horecabeleid 2025 worden behandeld. Raoul Meester zal namens Meester Advocaten voor haar Amsterdamse cliënten in deze vergadering inspreken. Deze vergadering kunt u hier live volgen.
Samenvattend
Het Horecabeleid 2025 heeft de intentie stedelijke harmonisatie te brengen, maar de gebiedsgerichte uitwerking bepaalt in de praktijk waar de rek zit en waar niet. Voor ondernemers in Oost is 2026 daarom een belangrijk jaar: niet omdat alles dan meteen verandert, maar omdat in die periode keuzes worden voorbereid die later rechtstreeks doorwerken in de horeca-exploitatie.
Wilt u laten toetsen wat het nieuwe stelsel betekent voor uw locatie (categorie, openingstijden, terras, mengformule) of wilt u strategisch aanhaken bij het participatietraject in Oost? Meester Advocaten begeleidt ondernemers bij vergunningen, zienswijzen, bezwaar/beroep en het beperken van handhavingsrisico’s.